h
Politieke verzen

Uit : Ode aan Raalte

Uit : Ode aan Raalte
Peter van Lint

Raalte Ik hou geloof ik wel van Raalte,
ik loop graag op het marktplein
met al die flats die allemaal te
modern voor zo’n oud stadje zijn

ik wandel langs de cherubijn,
de basiliek pontificaal, te
zien al van heinde en ver, hoe klein
lijkt dan de Plaskerk, waar de taal  te

allen tijde zingt en sticht.
Ik wandel verder en ik dwaal. Te
vreden kijk ik rond, loop dit verhaal te

verzinnen, woorden op een schaal te
wegen, stof voor een gedicht,
een talig vergezicht van Raalte.


Mensen Ik hou van al die mensen hier,
ga eventjes bij Blom naar binnen,
waar in de kersttijd de versier-
de afrikaanse kerstgroep zinne-

 

lijk pronkt. Ik wandel door de winkel-
straat, strakjes gaat de ijssalon
met alle mooie meisjes glinste-
rend open, wachtend op de zon.

Zie in de bloemenzaak een vaas,
zoek verderop natuurproducten,
het broekenhuis is open, ook de kaas

winkel is los, te vroeg voor drukte,
bij plein zeven koffie. Geplukte
dag, klein geluk beleef ik dwaas.


Meisjes De meisjes zijn hier zeventien
en werken in de horeca,
ze heten Carmen of Françien,
Janine of soms ook Melissa,

 

je vindt ze in de ijssalon,
de Haenehof of bij Plein zeven,
wanneer ze lachen straalt de zon,
ze stralen van plezier en leven,

Waren de meisjes ooit zo mooi?
wisten ze toen wat ze aanrichtten?
zag ik in ogen vergezichten?
klonken de stemmen zo frivool?
droeg verlangen zo'n lentetooi?

Glimlachend herlees ik oude gedichten.

U bent hier